Nederlandse Baardkuif

{vsig}baardkuif{/v. 

NEDERLANDSE BAARDKUIFHOEN.

De grote Nederlandse Baardkuifhoenders bezit ik in alle  erkende kleuren  n.l.  Wit,  Zwart,  Blauw,  Koekoek, Geel wit gezoomd,  Goud zwart gezoomd Zilver zwart gezoomd  en de nieuwe kleur Tollbunt. 

Het verschil tussen een Hollandse Kuifhoen  en een Nederlandse Baardkuifhoen is voor het grootste deel.  Een Kuifhoen heeft altijd (op de witte zwartkuif en de zwarte zwartkuif na) een gekleurd lichaam met een witte kuif, met kinlellen. Een Nederlandse Baardkuif heeft de kleur lichaam en de kuif in de zelfde kleur. Zij bezitten onder de snavel een driedelige baard en hebben geen kinlellen. 

Van dit ras is ook een dwergvorm erkend onder de naam: Nederlandse Baardkuif kriel, zie verder onder deze naam. 

Dat de Nederlandse Baardkuifhoen uit Nederland komt berust niet op waarheid, gezien zijn vroegere naam ook in Nederland van Paduaner. Wel heeft Nederland sterk bijgedragen in het verder ontwikkelen van het ras en zijn kleuren.

Paduaner.   De Nederlandse Baardkuifhoen is in Duitsland bekend onder de naam Paduaner.

 

Standaard eisen Nederlandse Baardkuif.  Bron KLN.

Nederlandse Baardkuifhoender.  (Paduaner)

Herkomst:  ?????????   Reeds sedert enkele eeuwen in Nederland gefokt uit vroegere baardkuifhoenders.

Algemene indruk.

Een krachtig landhoen met een volle baard en kuif; iets hoger gesteld en iets langer van lichaam en hals dan landhoenders over het algemeen zijn. Ook de bevedering ligt niet zo glad aan.

Vormbeschrijving.

Romp:  krachtig, gestrekt, breed in de schouders, naar de staart toe smaller wordend.

Kop:  middelgroot, flink breed tussen de ogen met sterk ontwikkelde schedelknobbel, waarop de kuif staat ingeplant; gezicht fijn van weefsel, onbevederd; rood.

Kuif:  groot, vol en dicht bevederd, het zicht niet belemmerend; symmetrisch van vorm; van voren een vrij groot, slechts licht gewelfd vlak vormend, van achteren omsluit de kuif de kop en de bovenhals; kuifveren lang en smal, gelijken in vorm op die van het halsbehang.

 Kam:   ontbreekt of is slechts rudimentair aanwezig, gaat dan schuil in de kuifveren.

Snavel:  krachtig, middellang, matig gebogen aan de punt; grote , iets boven de welving van de snavel uitstekende, opengespalkte neusgaten; kleur al naargelang de kleurslag.

Kinlellen:  ontbreken.

Baard:  groot, vol, dicht bevederd, omsluit de keel geheel. Door de insnoering op de plaats waar normaal de kinlellen zitten, ontstaat een min of meer driedelige baard.

Oorlellen:  geheel door de baard bedekt; klein; witachtig.

Ogen:  groot en vol; oranje rood tot bruinrood.

Hals:  middellang tot ruim middellang, rechtop gedragen, slechts weinig doch sierlijk gebogen; halsbehang lang en vol; door de achterwaartse groei van de halsbevedering toont de hals tot vlak bij de kop vrij dik.

Rug en zadel:  ruim middellang, over de gehele lengte voldoende breed, tussen de schouders enigszinds afgeplat. Loopt iets af naar de staart en gaat daarin over met een kortronde, stompe hoek; zadelbehang breed, rijk ontwikkeld, de vleugeleinden bedekkend.

Borst:  van terzijde gezien enigzins naar voren gedragen; breed, tamelijk diep en goed gerond.

Vleugels:  vrij lang en breed, tamelijk aangetrokken en enigszinds schuin naar beneden gedragen zonder af te hangen.

Schouders:  breed, goed gerond.

Staart:  stuurveren breed, tamelijk gespreid en middellang gedragen; sikkels fraai gebogen, lang en breed; staartdekveren breed en talrijk. De gehele staartpartij rijk ontwikkeld.

Achterlijf:  tamelijk gevuld, donspartij matig ontwikkeld.

Dijen:  middellang met goed aansluitende bevedering; voldoende uit elkaar en recht onder het lichaam geplaatst.

Loopbenen en tenen:  vrij krachtig, middellang; leiblauw, al naargelang de veerkleur varieert de kleurdiepte; vier tenen, kleur gelijk aan die van de loopbenen.

Bevedering:  vol, niet te krap aanliggend; donspartij matig ontwikkeld.

Eventuele verschillen tussen haan en hen:

De verschillen zijn, behalve de secundaire geslachtskenmerken, vooral gelegen in de structuur van de kuifveren. De kuifveren van de haan zijn ald die van het halsbehang, dus lang en smal. Die van de hen zijn breed en fraai afgerond, Daardoor is de kuif van de hen bolrond van vorm, vast, goed gesloten en recht op de kopgeplaatst.

Erstige fouten:  Te smalle of plompe bouw; te kleine, losse, scheve, te diep doorhangende, van boven openvallende of gespleten kuif; onvoldoende baardontwikkeling; zichtbare kinlellen.

Fouten:  Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend; te hoge of te lage staartdracht; kamvorming van enige betekenis.

Diskwalificatie:  baardkuifhoenders met ontstoken oogleden.

Gewicht:  haan: 2 - 2,3 kg.   hen: 1,5 - 1,7 kg.

Ringenmaat:  haan:  18 mm.  hen  16 mm.

Kleuren:  Nederlandse Baardkuif  in wit,  zwart,  blauw gezoomd,  koekoek,  geelwit gezoomd,  goudzwart gezoomd,  zilver zwart gezoomd  en  tollbunt.