Hollandse Kuifhoen kriel

Kuifhoen kriel.   Op de foto's enkele van mijn opfokhokken met verschillende kleuren kuifhoen krielen.

De Hollandse Kuifhoen kriel is een verkleinde uitgave van zijn grote broer en zus, met een gewicht voor de haan 800 tot 900 gram, en voor de hen 700 tot 800 gram. De Hollandse Kuifhoen kriel, (ook wel witkuif kriel genoemd) is erkend in witte witkuif, zwarte witkuif, blauwe witkuif, koekoek witkuif, zwart bonte witkuif, sinds 2002 zijn ook de door mij ingezonden buff witkuif (geel), Chocolade witkuif en Khaki witkuif erkend. Vanaf jan. 2014 zijn ook mijn chocolade bonte witkuif krielen, officieel erkend.

Kuifhoen krielen.  Deze fok ik in alle bovenstaande erkende kleuren, tevens nog een paar nog niet erkende kleuren n.l. rood witkuif en de geel koekoek witkuif.

Zwerg Holländer Haubenhühner - Zwerg Holländer Weißhauben.

De Duitse naam voor de Hollandse kuif krielen is:  Zwerg Holländer Haubenhühner, ook word de naam Zwerg Holländer weißhauben gebruikt. In Duitsland is de kleur Khaki en chocolade bont nog niet erkend.

 

Standaard:  Standaard eisen gelden alleen voor diegenen die met hun dieren naar een tetoonstelling gaan, of hoge eisen stellen aan hun kuifkrielen.

Standaard Kuifhoen krielen.  Bron KLN.

Herkomst:  Nederland. Voor het eerst tetoongesteld in 1917.

Algemene indruk:  Landhoen type met grote kuif.

Vormbeschrijving:

Romp: gestrekt, bij de schouders breed, iets smaller wordend naar achteren; matig diep.

Kop: middelgroot, voldoende breedte tussen de ogen, vrij langwerpig met flink ontwikkelde schedel knobbel waarop de kuif staat ingeplant; wangen rood; onbevederd, fijn van weefsel.

Kam: ontbreekt of is slechts rudimentair aanwezig door wat roodachtig dun kamvlees op de snavel basis boven de neusgaten.

Snavel:  middellang, krachtig, licht gebogen aan de punt; grote, iets opengespalkte verhoogd liggende neusgaten.

Kuif:  groot, vol en dicht bevederd, fraai gevormd, het zicht niet belemmerend; de kuifveren regelmatig ingeplant en aan beide zijden even lang waardoor de kuif symmetrisch van vorm is; aan de voorzijde wordt een vrij groot, slecht licht gewelfd vlak gevormd door de naar voren uitbuigende langste kuifveren; de lange, smalle kuifveren zijn bij goede kuifgrote zo lang en talrijk dat bij normale halshouding de veren tot halverwege het halsbehang afhangen, d.w.z. tot beneden de onderkant van de vrij lange kinlellen; kop en bovenhals, behalve van voren, geheel omsluitend.

Kinlellen:  vrij lang, dun, fraai afgerond, fijn van weefsel;  levendig rood.

Oorlellen:  wit, langwerpig rond, middelgroot.

Ogen: groot, vol, levendig; oranjerood tot bruinrood.

Hals:  middellang, opgericht en sierlijk gebogen gedragen; halsbevedering rijk ontwikkeld, de rug, schouders en voorzijde van de hals ten dele bedekkend.

Rug en Zadel:  enigzinds aflopend naar achteren, vrij breed eb iets afgeplat tussen de schouders, middellang, zonder neiging tot ronding in de lengte;  in een kortronde stompe hoek overgaand in de staart; zadel behang goed ontwikkeld, tamelijk breed, fraai aansluitend bij de staartdekveren; zadeldekveren lang en de vleugeleinden bedekkend.

Borst:  vol, breed, fraai gerond, goed naan voren gedragen.

Vleugels:  flink ontwikkeld, vrij lang, gord aangesloten gedragen, losjes rustend op de flankveren zonder af te hangen.

Schouders:  breed; goed gerond.

Staart:  rijk ontwikkeld; stuurveren breed en tamelijk gespreid en middelhoog gedragen; sikkels lang, breed en fraai gebogen; staartdekveren talrijk en goed ontwikkeld.

Achterlijf:  tamelijk gevuld.

Dijen:  recht en van voren gezien evenwijdig uit elkaar geplaatst; vrij  sterk, middellang, voldoende aansluitend bevederd.

Loopbenen en tenen: middellang, tamelijk fijn van vorm, onbevederd; vier tenen; kleur afhankelijk van de kleur van het gevederte.

Bevedering:  goed ontwikkeld, vlak aanliggend, maar niet te krap.

Eventuele verschillen tussen haan en hen:  Behoudens de secundaire geslachtskenmerken zijn de verschillen vooral in de struktuur van de kuifveren te vinden. Terwijl de haan kuifveren heeft als het halsbehang, vertoont de hen brede en fraai geronde veren, waardoor de kuif vol en dicht bevederd, bolrond, symmetrisch van vorm, recht op de kop geplaatst is.

Ernstige fouten:  Te grote of te smalle bouw; te kleine, losse, scheve, van boven openvallende en gespleten of te veel achterover hellende kuif; veel kamvleesvorming voor de kuif. Een zodanige kuifvorm dat het zicht ernstig belemmerd wordt.

Fouten:  Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend.

Diskwalificatie:  Kuifkrielen met ontstoken oogleden.

Gewicht:   Haan: 800 - 900 gram.  Hen:  700 - 800 gram.

Ringenmaat:  Haan:  13 mm.        Hen:  11 mm.

Kleurslagen met een witte kuif:  wit, zwart, blauw gezoomd, koekoek, zwartbont, buff, chocolade en khaki. Behandeling hiervan bij de verschillende kleurslagen kuifhoen krielen.