Hollandse Kuifhoen

HOLLANDSE KUIFHOENDERS.

De grote Hollandse kuifhoenders fok ik in alle vijf erkende kleurslagen met een witte kuif n.l. Witte witkuif, Zwarte witkuif, Blauw gezoomd witkuif, Koekoek witkuif en de Zwart bonte witkuif.

De Hollandse Kuifhoenders werden vroeger Hollandse witkuiven genoemd.  Alle dieren hadden een gekleurd lichaam met een witte kuif. Na dat er ook enkele anders kleurige kwamen zoals de Wit zwart kuif en de zwarte zwartkuif werd de naam veranderd in Hollandse Kuifhoen. 

Van dit ras bestaat ook een dwergvorm de Hollandse Kuifhoen kriel. Verdere vermelding onder Hollandse Kuifhoen kriel.

Haubenhühner - Weißhauben.  De Duitse naam voor dit ras is:  Holländer Haubenhühner  of  Holländer Weißhauben.

Onderstaande standaard eisen zijn alleen voor toepassing tentoonstellings dieren, en hen die hoge eisen stellen aan hun kuifhoenders.

Standaard eisen Hollandse Kuifhoen.      Bron: KLN standaard.

Herkomst: Nederland.

Algemene indruk:  Sierlijk landhoen met opvallende kuif, weelderige sierbevedering en contrastrijke kleuren; opgericht van houding met slechts weinig afhellende rug.

Vormbeschrijving. 

Romp:   gestrekt, breed tussen de schouders, naar achteren iets smaller wordend, matig diep Kop: middelgroot met voldoende breedte tussen de ogen en vrij langwerpig van vorm; flink ontwikkelde schedelknobbel waarop de kuif staat; gezicht rood, onbevederd, fijn van weefsel.

Kam:  ontbreekt, of is slechts rudimentair aanwezig door wat roodachtig dun kamvlees op de snavelbasis boven de neusgaten.

Kuif:   groot, vol en dicht bevederd, recht op de kop, het zicht niet belemmerend, de kuifveren regelmatig ingeplant, waardoor de kuif symmetrisch van vorm is. Bij de haan zijn de kuifveren aan beide zijden van de kop van gelijke lengte; aan de voorzijde van de kuif wordt een slechts weinig gewelfd vlak gevormd door de naar voren uitbuigende langste kuifveren; de lange, smalle kuifveren zijn bij goede kuiflengte zo lang en talrijk, dat bij normale halshouding de veren tot halverwege het halsbehang afhangen, d.w.z. tot beneden de onderkant van de kinlellen. Kop en bovenhals worden, behalve van voren, geheel omsloten. De hen heeft een andere kuifstructuur met brede en fraai geronde veren, waardoor de kuif bolrond is.

Snavel:  middellang, vrij krachtig, licht gebogen aan de punt; grote, iets opengespalkte en verhoogd liggende neusgaten; kleur naar gelang die van het gevederte.

Kinlellen:  vrij lang bij de haan, middellang bij de hen, dun en fijn van weefsel, fraai afgeromd van vorm; levendig rood.

Oorlellen:  middelgroot, langwerpig rond (ovaal); zuiver wit.

Ogen:  groot, vol, levendig; oranjerood tot bruinrood.

Hals:  middellang, opgericht en sierlijk gebogen gedragen; halsbevedering rijk ontwikkeld; rug, schouders en voorzijde van de hals ten dele bedekkend.

Rug en zadel:  enigzinds aflopend naar achteren, vrij breed en iets afgeplat tussen de schouders, middellang, zonder neiging tot ronding in de lengte; in een kortronde, stompe hoek overgaande in de staart. Zadelbehang goed ontwikkeld, tamelijk breed, fraai aansluitend bij de staartdekveren; zadeldekveren lang en de vleugeleinden bedekkend.

Borst:  vol, breed, fraai afgerond, goed naar voren gedragen.

Vleugels:  flink ontwikkeld, vrij lang, goed aangetrokken gedragen, rustend op de flankbevedering, zonder af te hangen.

Schouders:  breed en goed gerond.

Staart:  rijk ontwikkeld, niet hoog maar ook niet te laag gedragen; stuurveren breed en tamelijk gespreid; sikkels lang, breed en fraai gebogen; staartdekveren talrijk en goed ontwikkeld.

Achterlijf:  tamelijk gevuld, weinig donspartij.

Dijen:  recht en van voren gezien evenwijdig uit elkaar geplaatst; vrij sterk, middellang, aansluitend bevederd.

Loopbenen en tenen: middellang, tamelijk fijn van vorm, onbevederd; vier tenen; kleur naar gelang de veerkleur.

Bevedering:  goed onwikkeld, vlak aanliggend maar niet te krap.

Eventuele verschillen tussen haan en hen:  Behoudens secundaire geslachtskenmerken en de andere vorm van de kuif geen noemenswaardige verschillen.

Ernstige fouten:  Te plompe of te smalle bouw; onvoldoende sierveerontwikkeling; te kleine, losse, scheve, van boven openvallende en gespleten of teveel achterover hellende of niet ronde kuif; teveel kamvleesvorming voor de kuif. Een zodanige kuifvorm dat het zicht ernstig belemmerd wordt.

Fouten:  Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend.

Diskwalificatie:  kuifhoenders met ontstoken oogleden.

Gewicht: Haan: 1,9 - 2,2 kg.  Hen:  1,4 - 1,6 kg. 

Ringenmaat:  Haan:  16 mm.  Hen: 15 mm.

Kleuren:  Kuifhoenders met een witte kuif:  witte witkuif, zwarte witkuif, blauw gezoomde witkuif, koekoek witkuif en de zwartbonte witkuif.